woensdag 5 september 2007

Nederland 1848-nu. Inleiding en leerstof

Denkend aan Nederland (versie vwo. Aanpassen!!)

Nederlandse geschiedenis is weer helemaal in. Volgens onze roerganger Balkenende moeten we een voorbeeld nemen aan de ondernemingsgeest van de VOC (met of zonder slavernij werd niet helemaal duidelijk), Marijnissen pleit voor een nationaal museum om ons een anker te geven in deze roerige tijden en in de discussie over het multi-culturele Nederland heeft Pim Fortuyn het ‘spruitjesnationalisme’ weer op de agenda gezet. De ‘buitenlander’ moet kennis maken met hutspot, haring, de slag bij Nieuwpoort en pepernoten om zich hier thuis te voelen. Sinds een paar weken heeft Nederland ook een huize canon met een staalkaart van wat elke Nederlander van ‘zijn’ verleden moet weten.
Reden tot een juichstemming? Wordt geschiedenis nu eindelijk eens serieus genomen? Is geschiedenis dan toch meer dan dat vak met leuke verhaaltjes en liefst veel video? Misschien wel. Misschien ook niet.

In de behandeling van de geschiedenis van Nederland van 1848 tot nu wil ik de vraag naar het nut van Nederlandse geschiedenis nadrukkelijk stellen. Politieke leiders menen dat kennis van ons verleden bijdraagt tot gemeenschappelijke waarden, een gevoel van bij elkaar horen, een Nederlandse identiteit. Hierover zijn politici van divers pluimage als Geert Wilders en Jan Marijnissen het wél eens. Kennis van Nederlandse geschiedenis wordt zo niet alleen een instrument om Nederlanders bij elkaar te brengen, maar ook een oplossing voor het multi-culturele drama (denk aan de inburgeringcursus). Kennis van het verleden zou ons volgens Marijnissen ook helpen bij het beter begrijpen, ja, zelfs oplossen van hedendaagse problemen. De Verzorgingsstaat, de multi-culturele samenleving, de Nederlandse normen en waarden (fatsoen moet je doen) hebben allemaal hun geschiedenis. Laten we er wat mee doen!
Maar het is de vraag of geschiedenis zo makkelijk voor het karretje te spannen valt. Hopelijk zullen we in de behandeling van Neerlands verleden bemerken dat het allemaal wat complexer ligt. Het nadeel van geschiedenis is dat als je je erin verdiept blijkt dat er nooit een Nederlandse eenheid heeft bestaan, dat er altijd strijd en onenigheid is geweest, dat het ‘spruitjesnationalisme’ berust op een grove vertekening die eerder thuishoort in een sprookjesboek waar fiere, tolerante, verlichte Nederlanders rondstappen als hadden ze net alle trots geposeerd voor Rembrandts Nachtwacht.
Waarom dan geschiedenis? Allereerst om het misbruik van geschiedenis aan de kaak te stellen. Mensen die klakkeloos een tegenstelling poneren tussen ‘Nederlander’ en ‘buitenlander’ doen er goed zich eerst eens af te vragen wat een ‘Nederlander’ dan precies is. Politici die heel goed menen te weten wat de essentie van de Nederlandse geschiedenis en de Nederlandse identiteit inhouden, blijken doorgaans een wel heel povere, eenzijdige kennis van het verleden te bezitten. Belangrijk is ook regelrechte geschiedvervalsing ten bate van politiek gewin te ontmaskeren. Maar belangrijkste misschien toch wel is dat kennis van de geschiedenis een doel in zichzelf is. In het redelijk geniale rapport bij de canon van Nederland distantiëren de hooggeleerde schrijvers zich van enige politiek misbruik van de geschiedenis. Kennis is een doel op zich. Geen economisch instrument. Geen instrument tot burgerschap en inburgering. Zoals de oude Griek Aristoteles al vaststelde: ‘ieder mens heeft het verlangen te weten’. Een hoger doel bestaat niet. Laten wij dus de geschiedenis van Nederland leren kennen omwille van het kennen zelf.







Nederland 1850 - nu

Wenken bij het leren:

Stof uit het boek:
Hoofdstuk 3 – paragraaf 1
Hoofdstuk 10 – paragraaf 1 en 3

De stof uit het boek dient als uitgangspunt voor de toetstof. Om die lesstof tot leven te brengen gaan we veelvuldig gebruik maken van de enorme rijkdom die het Internet biedt op het gebied van de Nederlandse geschiedenis. Je kunt jezelf een enorme dienst bewijzen daar ook thuis achter de computer te duiken en documentaires te bekijken. Je kunt ook je voordeel doen met het lezen van boeken over Nederlandse geschiedenis. Bijvoorbeeld, ´De eeuw van mijn vader´ van Geert Mak.

Hoofdstuk 3, paragraaf 1:

In 1848 begint de moderne geschiedenis van Nederland. Zoals altijd is de Franse Revolutie weer van doorslaggevend belang. Liberalisme en socialisme, democratie en rechtstaat, emancipatiebewegingen en secularisering vinden daar hun inspiratie. De liberaal Thorbecke zet met ‘zijn’ grondwet de koning buitenspel (Franse Revolutie!!). Hiermee wordt een begin gemaakt met de vorming van een democratisch bestel met een parlement en verschillende politieke stromingen. Ook ontstaat er meer vrijheid en gelijkheid voor verschillende bevolkingsgroepen. De katholieken, die sinds de Opstand tweederangs burgers zijn geweest, kunnen nu, met dank aan de liberalen, hun onliberale gedachtegoed vrij in de praktijk brengen. De arme klassen hadden nog weinig te zeggen. Alleen de rijken hadden namelijk kiesrecht.

Uitleg in de klas:
Nederlandse Opstand (Vooral van belang vanwege anti-monarchale en revolutionaire karakter, particularisme (poldermodel!), handel, achterstelling katholieken ondanks relatief hoge tolerantie).
Franse Revolutie. Vrijheid (liberalisme), Gelijkheid (socialisme) en broederschap (nationalisme).
Ontstaan van rechts en links in de politiek.
Tegen de feodale maatschappij. Weg met adel en geestelijkheid.
Volkssoevereiniteit en eenheidsstaat (grondwet voor het hele land).
In Nederland: patriotten tegen prinsgezinden (Oranje).
1815: Begin Koninkrijk der Nederlanden. Bevoegdheden Willem I gaan tegen Franse Revolutie in. Eenheidsstaat blijft.
1848: Herhaling 1789. Revolutie begint weer in Frankrijk. In Nederland gematigde uitwerking. Willem I verandert in één nacht van conservatief naar liberaal (zie p. 72 boek).
Grondwet Thorbecke. Zie p. 73. Leer de belangrijkste uitgangspunten.





Ontstaan politieke stromingen (p. 74-75 en p. 236-241 en twee hete hangijzers: Schoolstrijd (p. 75, 76) Sociale kwestie (p. 77-80)
Oplossing, of beter: compromis in de pacificatiedemocratie (p. 241 paragraaf 1.2.5 en p. 80).

Politieke stromingen. De 4 zuilen van de Verzuiling.
1) Liberalen / conservatieven

2) antirevolutionairen (ARP) /protestanten

3) Katholieken.

4) Socialisten

Per zuil weten:
- wat zijn de doelstellingen (uitleg in de klas: emancipatietheorie en anti-moderniteit)
- waar komt de inspiratie voor de ideologie vandaan?
- wie zijn hun vijanden en waarom?
- Interne spanningen binnenin de zuil.
- Culturele kenmerken (vooral in hfst 10). Kleding, liederen, manieren van samenkomen, leiders.

Schoolstrijd:
Wat is de inzet?
Standpunt van elk van de zuilen.

Sociale kwestie
Wat is de inzet?
Standpunt van elk van de zuilen (ook verschillende meningen binnen de zuil kennen).

Uit het vragenboek:
Hoofdstuk 3:
Lees bron 1 (!!!) en de Oriëntatie. De hoofdvragen moet je allemaal kunnen beantwoorden voor het SE.
Opdrachten: 5, 6 (met een sneer naar Marijnissen), 7 (schema stromingen, handy), 8, 9, 11

Hoofdstuk 10:
Lees bron 1 en 2 en de orientatie.
4 (belangrijk), 5, 6 (moeilijk), 7, 8, 9 , 11 (goede oefeing in bronnenkritiek).

Geen opmerkingen: